Innovatie en Onderwijs 2.0: vergeten gebied voor politiek en ambtenarij
Posted on 7 jun in
AlgemeenIn ons blog van donderdag 3 juni trokken we een duidelijke conclusie: politieke partijen en Internet is een nog wat moeizame combinatie. De meeste partijen gebruiken woorden als ‘Internet’, ‘digitaal’ en ‘elektronisch’ wel maar dan houdt het al snel op. Het idee dat Internet meer is dan alleen technologie maar vooral een platform is voor innovatie, nieuwe business, creëren van sociale netwerken en betere dienstverlening, is nog maar beperkt doorleefd bij de meeste partijen. In onze blogs van de afgelopen dagen toonden we dat nog aan rondom de dossiers Gezondheid, Mobiliteit en Openbaar Bestuur.
Een nog strakkere conclusie trokken we in onze vorige nieuwsbrief over de 20 ambtelijke bezuinigingsrapporten van april dit jaar zijn. Deze zijn geschreven vanuit een 20ste eeuws denken. De genoemde woorden komen er niet of nauwelijks in voor. Laat staan dat onze ambtenaren Internet hanteren als bron voor innovatie, creëren van nieuwe diensten en effectievere werkprocessen.
Vandaag is kijken we naar het dossier Innovatie en Onderwijs en de meningen daarover van de heren en dames politici en ambtenaren. We analyseren hun standpunten en kijken welke kansen ze wel zien en welke ze missen. Maar eerst een korte verhandeling over
Innovatie, Onderwijs en Internet.
Over het Innovatie en Onderwijs vallen boeken vol te schrijven.
1) Nieuwe business modellen.
Door de komst van internet ontstaan er veel nieuwe marktkansen en ook nieuwe business modellen. Voor de liefhebber: lees de artikelen en blogs van
Alex Osterwalder. Steeds meer is het zoeken naar nieuwe manieren om de klant beter te benaderen en/of kennis zodanig organiseren dat je als bedrijf een scherpere concurrentiepositie krijgt. Een paar voorbeelden: de open innovatie bij
Proctor & Gamble,
Coolblue die nu ook eigen fysieke winkels gaat openen,
Threadless waar je een t-shirt zelf kan ontwerpen die bij voldoende belangstelling en bestellingen ook daadwerkelijk wordt geprint, en
Radiohead met het model ‘Pay what you like’.
2) Uw klant praat terug!
Veel innovatie komt tot stand en zal tot stand komen doordat internet de positie van de (potentiële) klant zeer versterkt. Dit komt doordat internet de transparantie vergroot en de toegevoegde waarde van iedere producent en dienstverlener genadeloos in kaart brengt. Geen merk of imago is heilig zo merkte Nestle in hun dramatisch verloren discussie over palmolie. Mooie voorbeelden van hoe het wel kan zijn de ideeënbus van
Starbucks, de manier waarop
bol.com via Twitter omgaat met klachten en het
social media-beleid van Coca Cola.
3) De nieuwe generatie.
De nieuwe generatie (geboren tussen 1985 en 1997) is volgens de experts slimmer, sneller, socialer en digitaler. Ze zijn ‘born on the web’ en web-autochtoon. Ze gebruiken dan ook legio de mogelijkheden voor het opbouwen van social netwerken met name de jongeren van MBO-, HBO- en universitair-niveau. Ze hebben een grote mond maar ook een klein hartje, en willen bij die sociale verbanden horen. Alleen het bureau Motivaction is in hun rapportage een stukje kritischer. Jeugd zoekt in hun opinie naar een innerlijk kompas bij zaken als omgaan met vrijheid en eigen verantwoordelijkheid. Ze hebben rolmodellen nodig maar wie geeft die in deze tijd?
4) Kwaliteit van Onderwijs in een digitale tijd.
Het onderwijs is de eerste die zich moet (of had moeten) aanpassen op de wensen en eisen van deze nieuwe generatie. Passend onderwijs en begeleiding. Volgens Growing up digital betekent dat onderwijs gericht op de leerling/student zelf en niet docent-georienteerd zoals vaak. Dit betekent verder onderwijs op maat van het individu als ook de groep waartoe hij/zij behoort. Dit heeft grote impact op de inhoud en vormgeving van het onderwijs. Niet alleen de leerling/student verandert, ook social media en nieuwe speeltjes als de iPad bieden grote mogelijkheden om het onderwijs verder te moderniseren.
De meningen van de heren en dames politici
Kijkend naar de verkiezingsprogramma’s dan duidelijk dat alle partijen veel aandacht besteden zowel aan innovatie als onderwijs, vaak ook in combinatie met ondernemerschap. Zoveel eensgezindheid dat het bijna saai wordt. Het
CDA wil een lerend en innovatief Nederland. Ze willen ondermeer open en innovatieve netwerken waarin bedrijven, kennisinstellingen en overheden samen opereren.
D’66 kiest expliciet voor innovatie en ondernemerschap, en vindt het huidige innovatiebeleid gefragmenteerd. Onderwijs is daarbij essentieel.
GroenLinks legt de nadruk op groene innovatie en neemt afscheid van de creditcardeconomie. Veel aandacht ook voor onderwijs maar niet in combinatie met innovatie. De
PvdA wil met een innovatieve kenniseconomie de samenleving en de industrie verder stimuleren. Ondernemerschap is daarbij volgens hen essentieel. Voor de
PVV vormt goed onderwijs de basis van onze kenniseconomie. Ze zijn tegen competentiegericht leren terwijl juist dat past bij het leren van de Nieuwe Generatie. Bij de
SP komt het woord innovatie niet voor. Men zet in op beter onderwijs als basis voor een stevige kenniseconomie.
TON wil in het onderwijs focus op kennis en vaardigheden. Volgens hen zijn competenties aanvullend. De
VVD stelt dat innovatie dé motor is voor toekomstig economische groei naast een goed opgeleide beroepsbevolking, meer ondernemerschap en een hogere arbeidsparticipatie.
De meningen en voorstellen van onze ambtenaren
Er liggen ambtelijke rapporten over
Productiviteit en onderwijs,
Hoger onderwijs en
Innovatie en toegepast onderzoek. Alle drie de rapporten zijn zeer gericht op de structuurmaatregelen gericht op 20% reductie van de kosten. Onze analyse kan dan ook zeer kort zijn. Er zit in die aanpak nauwelijks tot geen ruimte voor onderwijsvernieuwing onder invloed van de nieuwe generatie en het digitale tijdperk. De discussie over het stimuleren van innovatie gaat over instituties en niet over de manier om budgetten voor innovaties te brengen daar waar nodig: bij ondernemers en ondernemende bedrijven! Het woord transactiekosten en de zin ‘cut out het middle man’ zijn issues die juist in het internettijdperk leven. Dat moeten de leidende thema’s zijn bij het revitaliseren van het innovatiecircus. Minder gepraat over innovatie en meer kennis tot innovatie brengen. Op dat punt komen de ambtenaren niet verder dan: ‘Het kennis- en innovatielandschap wordt gekenmerkt door een groot aantal loketten, instituten, programma’s en samenwerkingsverbanden, waarbij de coördinatie en regie tekort kan schieten.’ Dat is onvoorstelbaar voorzichtig!
Onze conclusies
- Internet kan innovatie zeer stimuleren in het vinden van nieuwe business modellen en nieuwe manieren om klanten optimaal te bedienen.
- De nieuwe generatie is geboren op het internet en kent de eisen van dit medium als geen ander. Dit nieuwe eisen stelt aan het onderwijs.
- Alle politieke partijen hechten veel waarde aan innovatie en onderwijs als basis voor onze kenniseconomie. Een oriëntatie op internet daarbij ontbreekt.
- Juist voor deze ambtelijke rapporten geldt het adagium dat ze zijn geschreven vanuit het paradigma van de 20ste eeuw. Voorzichtigheid is troef. Dat is onvoldoende om het huidige innovatiesysteem echt op gang te krijgen.
Dit is de laatste blog voor de verkiezingen van 9 juni over dit onderwerp. Voor een slotbeschouwing inclusief de internet-agenda voor het nieuwe kabinet verwijs ik graag naar onze nieuwsbrief die morgen, dinsdag 8 juni verschijnt. Reageer vooral op onze blogs! We stellen uw reactie zeer op prijs!!
[...] Dit blogartikel was vermeld op Twitter door Christophe, Politiek Next. Politiek Next heeft gezegd: B: Innovatie en Onderwijs 2.0: vergeten gebied voor politiek en …: Voor de PVV vormt goed onderwijs de basis… http://bit.ly/bX6IBm #pvv [...]
[...] kijken we naar het dossier Innovatie en Onderwijs en wat onze politici en ambtenaren daarvan vinden. We kijken naar welke kansen zij zien en [...]